Wilde bijen verplaatsen zich van bloemetje naar bloemetje, om telkens nieuwe nectar en pollen te vinden. Daarom is het belangrijk om verbindingen te leggen tussen hun leefwerelden, zodat ze zich kunnen verplaatsen. Een nectarrijke berm bijvoorbeeld heeft daarom een waardevolle functie voor de wilde bij. Maar ook parken, achtertuinen en parkeerplaatsen hebben als stepping stones in het stedelijke, vaak versnipperde landschap eenzelfde verbindende werking. Het is daarom belangrijk om deze slim aan te planten, met voedsel voor de bij, op elk moment van het jaar.

Als horizontaal niet lukt, dan verticaal

Maar de belangen zijn groot en de ruimte klein. Snelwegen, parkeerruimte en woonruimte gaan vaak voor de bij. Daarom moeten we creatief zijn. Meer horizontale oppervlakte voor nectarrijk groen bieden in steden veel vlakke daken. Als we niet meer horizontaal kunnen verbinden en om de nectar op verschillende hoogtes bereikbaar te maken voor de bij, gaan we verticaal. Koninklijke Ginkel Groep ontwikkelde daarom de zogeheten bijenladder.

Nectarladder

Een nectarladder bestaat uit een nectarrijke groene gevel van een pand. Deze gevel wordt heel bewust aangeplant. Er wordt gekozen voor bloeiende (waard)planten die specifiek bij de wilde bij horen, op een afstand dat ze van plant naar plant naar boven kunnen ‘klimmen’. Boven op het pand vindt de bij een daktuin, waar een nieuwe biotoop op de bij staat te wachten. Een nectarladder is dus een groene verbinding tussen de grond en het groene dak.

Groene gevel Aeres

Lena Grunicke, natuurtechnisch adviseur en biodiversiteitsspecialist bij de Koninklijke Ginkel Groep: ‘Voor nectarladders werken wij graag met intensieve gevelsystemen, waar de planten optimaal bewaterd en gevoed worden met irrigatiesystemen. De uitdaging ligt in de plantkeuze, want je moet planten zoeken die goed in een intensief gevelsysteem kunnen groeien. Bovendien willen we graag planten die veel nectar hebben en lang bloeien, dat trekt bijen aan. In de gevel van Aeres Hogeschool in Almere werken we bijvoorbeeld met Muurfijnstraal. Deze bloeien lang en heel uitbundig. We hebben die op een kleine afstand op de gevel geplant, zodat de bijen het pad naar boven kunnen vinden. En dat doen ze: als je er nu onder staat, zoomt het overal. Bovendien hebben we er ook voor vogels en vleermuizen nestkasten ingehangen, zodat zij zich kunnen vestigen in de gevel. Daarmee maken we de voedselpiramide weer rond.’

Daktuin

De verbinding naar boven leidt bij een nectarladder altijd naar een daktuin. Afhankelijk van de grootte van een pand kan een daktuin een parkachtig aandoen. Lena: ‘We planten bij een intensief biodivers dak graag veel vaste, nectarrijke planten en geurige kruiden, zoals munt en dropplant, want daar zijn insecten gek op. Op extensieve of natuurdaken maken we ook vaak een natuurlijke vegetatie met een inheems kruidenmengsel van Heem inclusief waardplanten voor diverse bijen en vlinders, zodat het extra aantrekkelijk wordt voor de wilde bijen om hier te verblijven en zich voort te planten. Op het dak van Aeres vind je bijvoorbeeld ook een takkenril en een boomstronk, zodat de insecten ook daarin kunnen nestelen. Je ziet het op straatniveau niet, maar alle ruimte die je op de grond niet hebt, heb je op het dak vaak wel. Zo is de bijenladder een geweldige oplossing voor nieuwe leefgebieden voor de wilde bij in het stedelijk gebied.

 

Meer weten?

Wil je meer weten over een nectarladder of hoe je als organisatie een bijdrage kunt leveren aan het voortbestaan van wilde bijen, vraag het Lena. We kijken dan samen wat er mogelijk is op jouw locatie.

Lena Grunicke
Lena Grunicke

Lena Grunicke Natuurtechnisch Adviseur en Biodiversiteitsspecialist